Gespeeld door: Niemand, dit karakter is adopteerbaar.
Bedacht door: Naomi.
Donderbron's Tijdlijn.

Naam: Donderbron.
Zielnaam: Twail (bekend bij niemand).
Ras: Elf (puur).
Sexe: Mannelijk.
Leeftijd: 127.
Geboortestam: Zonnemeer.
Functie: Houtbewerker en jager.


Persoonlijkheid: Een rustig elf met droge humor. Hij wil het beste voor zijn stam en zou graag problemen van een ander oplossen, maar hij is vaak te onzeker er werkelijk iets aan te doen. Denkt goed na voordat hij iets doet en is zeer waakzaam! Verder kan hij prettig gezelschap zijn, omdat hij zich niet opdringt. 's Ochtends kan hij echter door zijn ochtendhumeur erg nors overkomen. Maar vaak zal je het niet aan hem merken als hij zich niet prettig voelt, hij zet dan namelijk een masker op en doet of alles koek en ei is.
Zelfbeeld: Laag zelfvertrouwen op het moment. Hij vindt zichzelf een mislukkeling sinds Roodklauw hem terecht van zijn taak als jachtleider heeft ontheven.
Zwakheden: Koppig en soms te ongerust als het om dierbaren gaat. Hij is heel onzeker en haalt zichzelf daardoor vaak naar beneden. Kan onoplettend zijn in de verkeerde situaties.
Hobbies: Hij probeert zijn vaardigheden in jachttechnieken te verbeteren, zodat zijn stam hierdoor veiliger is. Ook vindt hij het leuk om aan zijn conditie te werken, en vindt in Lichtspoor een goede partner.
Angst: Dat er door zijn toedoen dierbaren verongelukken of gewond raken. Dat er door zijn toedoen geen eten is. Dat Zachtvoet niet meer van hem zal houden. Ook is hij bang om ziek te worden, vooral jeuk kan hem knettergek maken.

Vaardigheden: Sluipen, jagen, boomklimmen, scherp gezichtsvermogen.
Magie: Zenden (gemiddeld) en magievoelen (zwak).


Uiterlijk: Komt zelfverzekerder over dan dat hij in werkelijkheid is.
Hoofd: Ovaal hoofd, brede kaak, jukbeenderen zijn zichtbaar.
Ogen: Zeer donkerbruin tot zwarte, ruitvormige ogen.
Neus: Een beetje een wipneus.
Mond: Gewone mond.
Haar: Donkerbruin van kleur met een slag erin. Enkele losse plukken boven zijn ogen die bol vallen. Lengte tot de schouders.
Lichaam: Gespierd maar slank postuur.
Huid: Zongebruind.

Kleding: Donderbron draagt een olijfgroen vest met korte mouwen. Aan de voorkant is het afgewerkt met donkergroene sierlinten. Zijn vest hangt open en word bij elkaar gehouden door een eenvoudige, zwarte riem. Hij heeft een kaki-kleurige broek aan die eindigt op zijn kuit en wijd uitloopt. Op zijn rechter pijp op zijn dijbeen is een symbool gestikt, dat eruit ziet als twee slakkenhuisjes boven elkaar. Hij heeft zwarte laarzen, ze lopen aan de bovenkant in een punt en beschermen voornamelijk zijn schenen.
Zomer: Hetzelfde, maar met ontbloot bovenlichaam.
Winter: Hetzelfde, maar hij heeft dan ook een donkergrijze, wollen mantel met capuchon aan. Deze stopt ongeveer op kniehoogte.

Persoonlijke voorwerpen: Tand van een langtand, welke afkomstig is van zijn eerste grote gevecht.
Sieraden en attributen: Een dondergroene band om de arm gemaakt van kralen van klei. En een dondergroene, stoffen haarband.
Wapens en werktuigen: Een handboog (goed) en twee stenen messen (gemiddeld).


Ouders: Vader Gelebeer en moeder Doorndanser, beiden overleden.
Hij probeerde goed voor zijn ouders te zorgen en mist ze vaak, vooral hun goede raad.
Broer/zus: Broer Vonk.
Zijn broer is zijn beste vriend, ondanks het feit dat hij het af en toe zo druk heeft.
Andere familie: Geen.
Partner: Zachtvoet, levensgezel.
Zachtvoet is zijn leven, maar haar vertrouwen in hem is gekrenkt. De twee gaan door een moeilijke tijd, en Donderbron laat vooral Zachtvoet bepalen wanneer ze samen zijn. Hij wil zich niet opdringen.
Kind: Geen.
Vrienden: Vonk, Lichtspoor, Roodklauw, Zachtvoet.
Met Lichtspoor trekt hij veel op. Hij heeft in hem een sparringspartner gevonden en ze doen wel eens renwedstrijdjes om hun conditie op peil te houden. Lichtspoor is meestal sneller, maar dat lijkt Donderbron niet te deren. Bij Lichtspoor hoeft het niet over moeilijke zaken te gaan, maar kan hij de wind in zijn hoofd hebben.
Hij kijkt heel erg tegen Roodklauw op. Als hij ergens mee zit, vertelt hij dat het liefst aan zijn stamhoofd, omdat hij erop vertrouwt dat deze hem kan helpen. Zelfs zijn degradering neemt hij Roodklauw niet kwalijk.


Tijdlijn

+ 805   Donderbron wordt geboren door erkenning tussen Gelebeer en Doorndanser.
+ 845 herfst Doordat hij een goed verstand heeft, redt Donderbron (40) een jachtgroep van een langtand. Hij doodt de langtand en als aandenken neemt hij een tand zodat hij, als hij in problemen zou komen, de tand hem eraan zou herinneren niet te snel op te geven. Hij wordt een jachtleider naast Roodklauw.
+ 891   Donderbron (86) krijgt een broer: Vonk wordt geboren door erkenning tussen Gelebeer en Doorndanser.
+ 921   Gelebeer en Doorndanser, ouders van Vonk en Donderbron (116), sterven nadat ze in een vlucht voor de trollen een roedel wolven tegen het lijf liepen, die door de strenge winter naar het bos waren afgedaald.
+ 929 zomer Schroef de trol komt naar de Borg. Donderbron (124) vindt hem wel okee, evenals het feit dat de anderen positief op hem reageren. Het idee alleen gelaten te worden vindt hij ook niets. Daarom kan hij zich wel plaatsen in Schroef.
+ 931 herfst Wanneer er een groepje naar Geestenrots wil en Donderbron (126) zich zonder nadenken daarbij opgeeft, had hij nooit zoveel tegenwind van Roodklauw en Zachtvoet verwacht als hij krijgt. Roodklauw had nooit zoveel onverantwoordelijkheid achter hem gezocht en Zachtvoet voelt zich gekwetst dat hij haar ervaringen met Geestenrots niet serieus neemt.
+ 931 winter Sinds zijn blunder voorafgaand aan het Geestenrots incident, twijfelt Donderbron erg aan zichzelf, dat hij juist Zachtvoet en Roodklauw zo teleurstelde. Het is ook van invloed op zijn functioneren, want tijdens een jacht op een Borstelhaar voor het Moeder-feest, raakt Vinder gewond door de lage concentratie en het onvoorbereidde handelen -of juist het gebrek daaraan- van de jachtleider Donderbron.
Kort hierna besluit Roodklauw de twee losse jachtgroepen op te heffen en één grote te maken, zodat ze zich beter aan verschillende situaties aan kunnen passen. Hierbij ontheft hij Donderbron uit zijn functie als jachtleider.