Gibra -------Deir
|
|
Vol ------- Purel
|
|
Zachtblad ------- Wand
|
|
Spaander ------- Meigraan
|
|
Boomvoet ------- Honingkern
|
|
Meerval ------- Langlach
|
|
Roodklauw
Gibra ging in haar eentje op zoek naar Haken, samen met haar pasgeboren zoon Vol. Zij vond echter een ander groepje met allerhoogsten en bleef daar. Haar zoon erkende Purel en zij kregen een zoontje genaamd Wand.
Wand besloot verder de wereld in te trekken met een helft van de stam. Zij reisden ver weg van de plek waar Gibra achter bleef. Wand erkende later zijn levensgezel Zachtblad, waarna zij een zoon genaamd Spaander kregen.
Spaander was degene die met zijn erkende gezel Meigraan het Zonnemeer vond en de stam daar vestigde. Zij kregen een dochter die ze Honingkern noemden.
Honingkern liet Boomvoet een deel van de Borg vormen, en toen dat helse karwei af was erkenden zij elkaar. Zij kregen daarna hun dochter Meerval.
Meerval was al van jongs af aan de liefdesgezel van de vrolijke Langlach. Zij erkenden elkaar uiteindelijk na erg lange tijd en kregen een zoon genaamd Roodklauw, die nu het stamhoofd is.
|