Klik hier om een tekening van alle vier de vorige stamhoofden te bekijken.

Meerval, vierde stamhoofd.
Zielnaam: Goj.
Sexe: Vrouwelijk.
Leeftijd bij overlijden: 655 jaar.

Persoonlijkheid: Ze was een onschuldige vrouw, ze praatte veel, maar rustig. Ze was altijd hoopvol, trouw aan de stam en haar levensgezel en een vrolijke verschijning.
Familie: Vader Boomvoet (plantvormer), moeder Honingkern, levensgezel Langlach.

Uiterlijk: Dik, donker goudblond haar, ze droeg het redelijk kort. Het boog wat naar buiten in haar nek, ze had enkele plukjes voor haar oren en ze had een dikke pony die tot aan haar wenkbrauwen kwam.
Haar gezicht had een beetje een vierkante vorm, afgerond met een puntige kin en onzichtbare jukbeenderen. Ze had een redelijk grote ronde neus en een rustige glimlach van geronde lippen die beide ongeveer even groot waren.
Haar ogen hadden de vorm van afgeronde driehoeken en ze waren donkerblauw van kleur. Verder was ze redelijk kort van postuur en licht gespierd.
Ze droeg meestal een simpel, blauw truitje met een V-hals en halflange mouwen. Daaronder een kort, bruin rokje en kuithoge bruine laarsjes. In de winter droeg ze een knielange, donkerblauwe jas met een lichtbruine bontkraag.
Meerval had een kleine bijl en een werpspeer.


Honingkern, derde stamhoofd.
Zielnaam: Thoo.
Sexe: Vrouwelijk.
Leeftijd bij overlijden: 262 jaar.

Persoonlijkheid: Vergeleken bij anderen, was Honingkern al vrij jong stamhoofd. Toch heeft ze daar niet echt onder geleden. Ze was een rustige vrouw, die goed nadacht voor ze iets deed of zei, en wat er dan uit kwam was goed. Haar diplomatie zorgde ook voor de bond die de elfen sloten met de trollen, zodat zij van elkaars handelen konden profiteren.
Familie: Vader Spaander, moeder Meigraan, halfbroer Vederhand (aan moeder's kant), levensgezel Boomvoet.

Uiterlijk: Lang, stijl, lichtbruin haar, wat ze meestal in een klein knotje achterop haar hoofd droeg, en daaronder een deel los liet hangen. Ze had geen pony, maar liet wel altijd een paar plukjes voor haar oren hangen.
Ze had grote, ronde ogen die donkerbruin van kleur waren en soms een mysterieuze, gouden gloed uitstraalden. Ze was erg tenger gebouwd en ook haar gezicht zag er teer uit. Ze had een hartvormig gezicht met duidelijk jukbeenderen, een klein spits neusje en een klein mondje met volle lippen.
Ze droeg een lange, wijd uitlopende, donkerrode broek, een strak, zandkleurig shirt met korte mouwtjes en ze knoopte altijd een lichtblauwe sjaal om haar middel. Eronder droeg ze het liefst sandalen, die ze in de winter verruilde voor zandkleurige laarzen. Ook droeg ze in koude tijden een bruine, wollen jas met lange mouwen, die tot haar middel reikte en die meestal openhing. Vaak droeg ze dan ook korte, lichtblauwe handschoentjes.
Honingkern was een uitstekend boogschutter.


Spaander, tweede stamhoofd.
Zielnaam: Eren.
Sexe: Mannelijk.
Leeftijd bij overlijden: 417 jaar.

Persoonlijkheid: Hij had een koppig karakter en was vaak besluiteloos. Maar in sommige dingen kon hij erg precies zijn en dat leidde vaak snel tot irritatie aan zijn kant. Hij had niet echt veel geduld, handelde dingen vaast haastig af en modderde tijdens de jacht maar een beetje aan.
Familie: Vader Wand, moeder Zachtblad, levensgezel Meigraan.

Uiterlijk: Kort, donkerbruin haar, wat een beetje golfde en altijd warrig zat. Meestal droeg hij een vaal zeeblauwe hoofdband waar veel plukken overheen vielen.
Hij had een strak gezicht met een rechte kaak, driehoekige kin en licht zichtbare jukbeenderen. Zijn mond was smal en stond vaak stuurs. Zijn ogen waren bruin van kleur en redelijk nauw. Hij was best lang en goed gespierd en hij had een groot litteken op zijn rechterschouder.
Hij droeg een bruingroen, strak, mouwloos shirt met een hoge kraag die zijn hals omsloot. Het shirt kwam tot op z'n dijbenen, hij droeg er een donkerblauwe riem overheen. Eronder droeg hij een lange broek die vaal zeeblauw van kleur was, en onder zijn knie in hoge, zeer donker bruingroene laarzen gestopt was. In de winter droeg hij een knielange, zeer donkergroene jas met omgevouwen, brede mouwen en een gevouwen kraag.
Hij had het lange zwaard van zijn vader overgenomen, maar kon ook goed overweg met twee werpdolken.


Wand, eerste stamhoofd.
Zielnaam: Buhn.
Sexe: Mannelijk.
Leeftijd bij overlijden: 1060 jaar.

Persoonlijkheid: Hij was wijs, en het was dan ook zijn besluit om met een groep weg te trekken en zo de elfen over de wereld te verspreiden en het ras in stand te houden. Het was een beminnelijk en gevoelig man, die hoopte ergens een goede plek voor zijn volk te vinden en er sterk in geloofde deze ook werkelijk te vinden. Maar als je niet naar hem luisterde, kon hij onverwacht fel naar je uitvallen.
Familie: Vader Vol, moeder Purel, zus Hante, broer Redeh, levensgezel Zachtblad.

Uiterlijk: Grauwblond haar, het kwam tot aan het midden van z'n rug en was wild krullend. Hij droeg het meestal los en had soms een rond mutsje op.
Hij had een ovaalvormig gezicht met een rechte kaaklijn, duidelijke jukbeenderen en een platte kin. Zijn ogen stonden rustig, ze waren lichtblauw van kleur en in bladvorm van gemiddelde grootte. Hij had een redelijk brede mond en een wipneus. Hij was lang en pezig, maar stond duidelijk z'n mannetje.
Hij droeg een enkellang, grijs gewaad met een heel kort, donkergroen, mouwloos hesje dat met een geel randje was afgezet er over heen en een brede, zwarte riem. Eronder droeg hij hoge, donkergroene laarzen. Hij had een lang zwaard en kon er goed mee overweg.