Deze stam bestaat uit puurbloed elfen. Geen wolfrijders in deze borg dus! Ze hebben dus ook geen bonddieren, of het moet zijn dat je elf de magie dierbinden heeft. Ze hebben geen baardgroei. Aan elke hand prijken 4 vingers en aan elke voet 4 tenen. Ze hebben puntige oren.
Alle elfen kunnen zenden. Ze zijn dus telepatisch en hebben dus ook zielnamen.
Ze leven overdag en werken veel in de zon, vooral de vissers. Daarom hebben de meeste een beetje een donkere huid, zongebruind. Gemiddeld zijn de elfen even groot als de wolfrijders (kleiner dan mensen). Vrijwel alle elfen van drie generaties na de allerhoogsten zijn in lengte geslonken.

Droombessen
Hoewel droombessen zijn 'uitgevonden' door de Wolfrijders nadat Gibra vertrok, vind ik dat een borg niet zonder kan, vooral een verhalenbewaarder niet. De elfen kennen dus gewoon droombessen.
Ze kennen echter geen wijn. Van droombessen kunnen elfen dronken worden, alleen gaat het niet zo snel als bij de bekende droombessenwijn. Droombessen werken als vergif voor mensen.
Droombessen kunnen een verhalenbewaarder helpen herinneren. Deze kan hiervan in een soort droomtoestand geraken, waardoor hij verhalen weer makkelijker ophaalt en opnieuw kan vertellen.

Bezigheden
In de zomer als er voedsel in overvloed is, houden de elfen vaak viswedstrijdjes. Ze vangen ze dan met hun handen, waarover zij ruwe handschoenen dragen.
In de winter zijn er verschillende elfen die het leuk vinden over het ijs op het Zonnemeer te glijden met bontlaarzen.
Voor meer gebruiken, zie de Tradities lijst.

Muziek
De Zonnemeer stam houdt erg veel van muziek, en zorgt er dan ook voor dat het veelvuldig te horen is in de Borg. De meeste elfen vinden het leuk een instrument te spelen, te zingen of er op te dansen. Een feest is bij hen geen feest, als er niet even een uitbundig stuk muziek wordt gespeeld en er fijn op gedanst wordt door anderen.
Klik hier voor voorbeelden van instrumenten.

Kleding
In de zomer is het heel erg warm. Veel elfen lopen dan met ontbloot bovenlichaam rond of dragen iets wat hun buik en armen bloot laat. Meestal is dit iets wat zij gemakkelijk van hun normale kleding kunnen verwijderen.
In de winter wordt er juist iets toegevoegd aan de kleding. Het kan dan ook erg koud worden.


Wapens
De meeste elfen hebben een speer. De jagers maken vooral gebruik van een speer met stenen punt. De vissers gebruiken liever een geslepen speer, vaak met enkele weerhaken erin gekapt.
Andere mogelijk wapens zijn slingers, blaaspijpen, pijlzwepen of boomerangs. Ook hebben velen een mes van steen of hebben zij een handboog met geslepen pijlen en heel zelden heeft een elf een metalen zwaard of dolk.
Op de karakterbladen is aangegeven hoe goed elke elf zijn wapens beheerst, naar aanleiding van het volgende rijtje:
Zwak, matig, gemiddeld, goed, sterk.
Klik hier voor voorbeelden van niet-metalen wapens.

Jagen
Dit wordt vooral in het Grote Woud gedaan. Ongeveer de helft van de stam zit in de jachtgroep, welke niet altijd even groot is. De grootte van de groep wordt gebaseerd op de prooi die de jachtgroep achterna gaat. De meeste jagers gebruiken een werpspeer.

De elfen uit deze stam gaan nooit in hun eentje jagen! Het is gewoon niet toegestaan door Roodklauw. Er is tegenwoordig één jachtgroep met als Jachtleider Roodklauw, tenzij hij iemand anders hiervoor aanwijst.
Jagers: Aanraking, Bliksem, Bloesem, Donderbron, Lichtspoor, Schudspeer, Storm.
De jachtgroep is flink verkleind, nu er een groepje elfen naar Zomerbron is vertrokken.

Vissen
Dit wordt natuurlijk in het Zonnemeer gedaan en ongeveer de helft van de stam doet dit. Er zit erg veel vis in dit grote meer. Vissers werken meestal alleen. Er zijn drie manieren om te vissen in deze stam.

De eerste manier is om lopend in ondiep water de vis te spietsen. Hiervoor wordt veelal een speer met geslepen punt voor gebruikt. Vaak wordt deze manier van vissen ook liggend op de buik, zittend of staand op een rots toegepast.
De tweede manier is vanuit een bootje met een net dat uitgegooid wordt en daarna met z'n tweeën weer binnengehaald.
De derde manier wordt alleen door kinderen en voor de sport gebruikt. Namelijk zwemmend onder water de vissen met de handen vangen. Vaak draagt men dan handschoenen met een ruw oppervlak.

Verzamelen
Verzamelen wordt op het moment vooral door Aanraking gedaan, zij zoekt dan naar bijv paddestoelen, vruchten en noten. Maar ook Maretak doet wel eens een rondje voor zijn kruiden.
In de herfst kunnen zij echter wel wat meer hulp gebruiken, omdat de Borg dan een voedselvoorraad moet aanleggen om de winter door te komen. Er worden dan geregeld verzamelacties gehouden, om zoveel mogelijk voedsel in één keer bij elkaar te krijgen.

Eten
De elfen braden en roken hun vlees. Het braden wordt vaak op een spit gedaan, maar vooral op stenen platen die van onder heet gestookt worden met vuur. Ze eten hun vlees absoluut niet rauw!
Ook koken zij soep van veel groenten in aardewerken pannen die ze drinken uit aardewerken of houten kommen. Ook water drinken zij uit kommen of recht uit het meer. Ze hebben geen bekers.



Zielezoektocht
Bij de Zonnemeer elfen is het niet zo dat de ouders automatisch de zielnaam kennen bij de geboorte van hun kind. De elf moet deze helemaal zelf vinden, het is zijn/haar ware ik. Vaak wordt het vinden van de zielnaam gezien als de overgang van kind naar volwassene. De meeste elfen zullen hun naam dan ook vinden in hun jeugd of vlak daarna, vrijwel altijd vóór hun 100ste jaar.
Vaak zal het vinden van de zielnaam gepaard gaan met het ontdekken van een sluimerende magie, als de elf deze bezit, of het erachter komen van de juiste functie in de stam.

Er zijn meerdere manieren om achter je zielnaam te komen. Bij sommige zal de zielnaam op klaarlichte dag ineens tot hen komen, alsof ze zich iets herinneren wat ze bij hun geboorte vergeten zijn.
Voor anderen zal het wat meer werk vergen. Zo kan de elf zich op een dag zomaar geroepen voelen het bos in te gaan, op een zoektocht naar zichzelf, of zichzelf daartoe dwingen. De zielezoektocht is veelal gevoelsmatig, en de elf zal allerlei vreemde gewaarwordingen over zichzelf of de essentie van elke elf ervaren. Door in trance te gaan, kan de elf op weg naar datgene wat diep in hen ligt en daar zijn/haar zielnaam vinden. De elf keert hierna vaak als vernieuwd of herboren terug naar de Borg.

Een zielnaam is iets erg persoonlijks en het meest dierbare bezit van een elf. Via Erkenning worden de zielnamen van twee elfen uitgewisseld en je leert dan elkaars diepste gevoelens kennen. Dit kan iets erg overdonderends zijn.
Het vrijwillig uitwisselen van zielnamen wordt vrijwel nooit gedaan!

Erkenning
Erkenning wordt meestal als een zegen gezien. Twee elfen leren elkaar tot in het diepst van hun ziel kennen, waardoor een onverbrekelijke band ontstaat. Daarnaast garandeert het dat er een kind uit hun samengaan komt. Het is daarom niet zo vreemd, dat de elfen dit fenomeen vieren, als het zich voordoet.
Het is bij elk stel anders, maar over het algemeen wordt er een groots feest gevierd, dezelfde dag dat de Erkenning bekend is gemaakt. Het vaak nieuwe koppel staat dan in de belangstelling, en zij worden gedurende de hele dag door de stam verwend.

Oorsprong: Toen de Allerhoogsten beseften dat ze op deze wereld moesten blijven, kwam de oerdrang om te overleven boven. Ook iets in hun onderbewustzijn werd toen wakker, de drang tot voortplanten, omdat hun aantal in gevaar kwam. Erkenning is de drang die nageslacht eist, zonder dat de elfen in kwestie daar iets over te zeggen hebben.

Geboorte
De geboorte op zich is al een feest voor de hele stam, aangezien hun aantal weer versterkt wordt. De elfen beschouwen kinderen als kleine juwelen, ze zijn zeer kostbaar en worden gekoesterd door iedereen, zeker omdat het niet zo heel vaak voorkomt. De geboorte staat voor een nieuw begin.
Maar een echt feest wordt er niet gehouden, meteen na de geboorte. Moeder en kind zijn vaak nog zwak en willen rust. De baby wordt meestal wel even aan de hele stam gepresenteerd door de vader, hoewel dit in sommige gevallen natuurlijk anders kan gaan. De elfen hebben graag dat de reden van hun vieren, de baby, het feest ook bewust mee moet kunnen maken, wat gebeurt na enkele maanden: Het Baby-Lachfeest.

Baby-Lachfeest
In de Zonnemeer stam is geen zegen groter dan een kind. Een kind betekent hoop, en de elfen zien het als een teken van goede voorspoed als een baby voor het eerst lacht. Ook wil het zeggen dat de baby een eigen wil begint te ontwikkelen en dat het bewuster wordt van de dingen om hem/haar heen.
Dit is het moment dat de stam een feest voor de baby organiseert. Het kind staat centraal, en de stam laat dit onder andere zien, door de baby geschenken te geven. Meestal zijn dit giften die vooral in het eerste jaar de aandacht van de baby op zullen eisen, maar soms worden ook geschenken gegeven, waar het kind op latere leeftijd wat aan heeft.

Oorsprong: Langlach was zo trots toen zijn zoontje Roodklauw voor het eerst lachte, dat hij speciaal voor die lach een feest organiseerde.


Lentefeest
Als na een harde, koude winter het Nieuwe groen weer langzaam zijn opkomst doet, willen de elfen tonen hoe dankbaar ze hiervoor zijn. Enkele dagen lang gaat men verwoed op zoek naar allerlei voedsel en nieuwe planten, waarna een uitbundig feest volgt wat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat duurt. Alle remmen worden losgelaten en het enige waar de elfen aan denken is leven en genieten.

Oorsprong: In het begin van Honingkern's stamhoofdschap, hadden de elfen eens zo'n strenge winter, dat zij zelfs twee levens verloren aan de vrieskou. Toen het Nieuwe groen eindelijk aanbrak en toonde dat de natuur altijd weer met een nieuwe cyclus begint, besloten de elfen op deze manier een ode aan het leven te geven.

Waterspel
Dit spel wordt gespeeld in de lente, omdat het water meehelpt om het nieuwe leven op te bouwen. Meestal valt het samen met het Lentefeest.
Iedere elf krijgt een naam op van Roodklauw. Die elf moeten ze op een onbewaakt ogenblik proberen zeiknat te maken. Daarna vraag je aan die elf welke naam die op had gekregen, en gaat de winnaar achter de volgende aan. Bij dit spel wordt gebruik gemaakt van kommen, drinkbuidels en ander materiaal waar water in verplaatst kan worden.

Oorsprong: Toen Meerval stamhoofd was, was een elf bijna gestorven aan uitdroging, doordat hij een lange voettocht had gemaakt, met een lege waterbuidel midden in het seizoen van de brandede zon. Hij was te redden door hem veel water te drinken te geven en hem helemaal nat te maken. Later werd hij nog geregeld door anderen voor de lol natgegooid, om hem eraan te herinneren dat hij het hard nodig had. Op een gegeven moment had hij er zo genoeg van, dat hij zei dat anderen ook natgemaakt moesten worden, want dan was het voor hem tenminste ook grappig.

Zwijntjesjacht
Ook dit vindt plaats in de lente. Een jong zwijntje krijgt een lint om en wordt losgelaten rond de Borg. Wie het lint te pakken krijgt wint. Er mag geen gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen, zoals vallen of magie. Dit is hierdoor een goede manier om je vaardigheden te trainen. Zo leer je meer op jezelf vertrouwen en je eigen lichaam en kunnen.
Voordat het spel van start gaat, moet er een jonge Borstelhaar gevangen worden. Hiervoor wordt een kleine val gezet. Het zwijntje loopt al snuffelend naar binnen, en de deur valt achter hem dicht. Na lange tijd zal de moeder het opgeven.

Oorsprong: Nadat er een jachtongeluk was gebeurd in Spaander's tijd, door een paar erg stomme fouten van jonge stamleden, werd er besloten dat de jagers beter getraind moesten worden. De Zwijntjesjacht bleek een goede, maar ook leuke manier te zijn, en ook de vissers bleken geïnteresseerd om hieraan mee te doen.

Viswedstrijden
- Komt nog -


De Dood
Het is een klap in het gezicht voor de stam, maar soms komt het voor... De dood van een elf. Elk leven wordt zeer gewaardeerd en als er dan een einde aan wordt gemaakt, willen de elfen de dode op gepaste wijze eren.
De dode wordt onder zacht gezang volledig ingepakt in dun katoen, waarna een langzame tocht naar het Zonnemeer begint, waarbij de elf door zes anderen horizontaal gedragen wordt. Dit start over het algemeen in de schemering. Bij het meer aangekomen, mag iedereen die dat wil iets voor of over de overledene zeggen, meestal wordt dit vooral door familie en andere naasten gedaan. Nadat een persoon gesproken heeft, laat deze een kaarsje in het water wat weg kan drijven. Andere omstanders laten tijdens het spreken hun lichtjes al te water.
Daarna stappen diegenen die het dichtst bij de dode in zijn/haar leven stonden in de bootjes en varen zij met het stamhoofd en de ingepakte elf een flink eind het meer op. Ondertussen zingen de achtergebleven elfen, waarbij het geluid ver over het meer draagt. De nabestaanden laten dan de overledene langzaam in het meer zakken. Het zinkt naar de bodem en na een tijdje varen de bootjes weer terug, waarna de elfen een dag rouwen en vasten.

Oorsprong: Toen Spaander stierf, besloten de elfen hun stamhoofd te eren, door hem in het Zonnemeer achter te laten, waar hij hen na jaren reizen naar toe geleid had. Daarmee wilden ze hem laten zien dat ze hem daar erg dankbaar voor waren.

Dodenherdenking
Dit wordt in de winter gedaan, wanneer alles om hen heen gestorven is en de elfen eraan herinnerd worden, dat het allemaal zo over kan zijn. Er wordt dan een groot vuur gestookt bij de vuurplaten, waar iedereen knus bij elkaar zit tussen een flink aantal bonthuiden. Vaak is het het stamhoofd of de verhalenbewaarder die de aanzet er toe geeft, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Over het algemeen zullen zo veel mogelijk verschillende personen herinneringen vertellen over diegenen die ze verloren zijn.





Zuidertrollen
De Zuidertrollen zijn maar een klein beetje groter dan de Zonnemeer elfen, maar wel ongeveer twee keer zo breed. Ze hebben meestal een grote neus waar ze trots op zijn en flink wat wratten, verspreid over hun lichaam. Hun oren zijn groot en rond en hun huid is dofgroen van kleur. Aan elke hand hebben zij 4 worstachtige vingers en aan elke voet 3 tenen met lelijke nagels. In tegenstelling tot de elfen, hebben mannelijke trollen als ze eenmaal volwassen zijn wel mogelijke gezichtsbeharing.
Ze leven onder de grond en schuwen het daglicht. Ze zijn erg materialistisch ingesteld, hoe meer goud en juwelen je hebt, hoe hoger je in het aanzien van de andere trollen staat. Ze houden dan ook van afpersen en bedriegen, vaak in de vorm van een dobbel- of ander gokspel. Ze kunnen erg grof met elkaar omgaan en zijn gewoonweg lomp in de omgang, maar het zijn uitstekende metaalbewerkers. Vrouwelijke trollen hebben niet veel betekenis, ze worden gezien als bezit en de produceerders van nieuw zonen.

De trollen kennen een sterk hiërarchisch systeem. Trollen die wat intelligenter zijn staan bijvoorbeeld hoger in aanzien dan de andere, minder snuggere soortgenoten, omdat ze meer gedaan krijgen en van meer zaken verstand hebben. Intelligentie is bij de trollen meestal aangeboren, aangezien ze vaak hun vader als leermeester hebben. Er zijn altijd uitzonderingen mogelijk.
Bovenaan de trollenladder staat de koning, die vaak enkele sluwe raadgevers, sterke lijfwachten en de mooiste dames om zich heen verzameld heeft. Andere trollen die veel afgunst genieten zijn de (edel)smeden, aangezien zij datgene kunnen produceren waar de trollen hun trots aan te danken hebben: Metalen wapens en juwelen.

Trollen hebben vele verschillende, lichamelijk intensieve werkzaamheden, waardoor de meeste van hen goed ontwikkelde spieren hebben. Deze taken zoals graven, metaal delven, sjouwen en bouwen, zijn in verschillende groepen en rangen verdeeld, waarbij één of meerdere trollen de baas spelen over een heleboel anderen en daarmee ook weer status verwerven.
Hoe het grottenstelsel van de trollen precies in elkaar zit, weten de elfen niet, ze zijn nooit verder dan de handelsruimte gekomen, die nogal dicht aan het oppervlak ligt. Maar de trollen kennen verschillende gangensystemen, voor een deel natuurlijk maar grotendeels zelf gegraven, en grote zalen. De koning heeft een troonzaal, en er zijn verschillende grote eetzalen voor de trollen met verschillende rangen. Daarnaast is er een vrouwenverblijf waar ook de jongste kinderen vertoeven, luxere mannenverblijven, smederijen, werkplaatsen, een ziekenzaal, trainingsruimtes en opslagruimtes.

Huidige situatie
De elfen leven op slechte voet met de trollen. Vroeger ruilden zij materialen met elkaar. De elfen zouden het liefst hebben dat zij nog steeds met de trollen handelden, zoals zij dat honderden jaren lang hebben gedaan. Echter enkele tientallen jaren geleden stonden de trollen dit niet meer toe. De elfen hebben nooit een verklaring hiervoor gehad en weten dus niet waarom de trollen geen materialen meer met hen wilden uitwisselen.

In het begin werden de elfen vooral genegeerd of weggestuurd als zij bij de zuidelijke trolleningang kwamen. Maar na enkele jaren joegen zij hen weg door met stenen te gooien en zwaaiend met zwaarden op hen af te rennen als ze te dicht bij kwamen.
Weer later begonnen de trollen jachtgroepen aan te vallen en verwonden zij de elfen. Drie elfen hebben in de laatste jaren de dood gevonden in zo'n gevecht en velen zijn verwond. De trollen vielen altijd eerst aan als zij elfen tegenkwamen, maar tegenwoordig hebben de elfen er ook genoeg van en de jongeren onder hen zien de trollen gewoon als een vijand.
Dit is ook de reden waarom de elfen vrijwel geen metalen wapens hebben. Immers zij kregen die van de trollen in ruil voor huiden en vlees, en metaal gaat ook niet eeuwig mee. Daarom maken de elfen veel gebruik van speren en zijn ze erg zuinig met de weinige metalen zwaarden en dolken die ze nog in hun bezit hebben.

De trollenkoning die veel van de oudere elfen kennen, is koning Grootwiel. Hij regeerde ver voor Schudspeer's tijd al, dus de elfen hebben nooit een andere trollenkoning gekend. Van Schroef horen de elfen dat de tegenwoordige koning Klapperbek heet, waar niemand ooit van gehoord heeft.


Mensen
De mensen leven een flink eind van de borg vandaan, ongeveer een dagreis. Ze bewerken het land om aan voedsel te komen en jagen geregeld in het bos wat ten noord-westen van hen ligt. Ook vissen ze in de rivier. Ze komen niet vaak ver van hun dorp af, maar enkele uurtjes.
Op een veld ten oosten van het dorp verbouwen de mensen katoen. Wanneer de elfen dit nodig hebben, gaan ze dit 's nachts stelen. Aangezien deze elfen geen nachtogen hebben, reizen ze er overdag heen, en wachten tot het donker is om dan voorzichtig wat katoenbolletjes te gaan plukken.
Ze nemen dan vaak ook produkten van andere velden mee.

De mensen weten niet goed wat de elfen zijn. Ze denken aan hen als bosgeesten, en ze hebben hen zelden of nog nooit gezien. Ze zijn niet echt bang voor de elfen, maar hebben wel veel eerbied voor hen en dat zou hen onderdanig maken, mochten ze ooit oog in oog met een elf staan.
Ze laten het toe dat hun katoen verdwijnt en zien het als een offer aan de bosgeesten. Ook brengen ze af en toe offers naar de rand van het Grote Woud en laten het daar achter. Dat is meestal ook het verste dat ze van hun dorp gaan. Ze hopen dat ze de bosgeesten dan tevreden stellen en dat zij de mensen dan in vrede zullen laten leven.

De elfen kennen op het moment geen mensentaal, en de mensen kennen geen elfentaal.

Overig
De elfen van het Zonnemeer weten dat de Allerhoogsten hun voorouders zijn. Echt goede kennis over hen ligt echter ver in hun verleden begraven. Ze weten dat de Allerhoogste Gibra een kleinzoon heeft voortgebracht die hun stam begonnen is, maar dat de Allerhoogsten naar de wereld van de twee manen kwamen in een Paleis-ruimteschip is hen niet bekend.
Deze elfen hebben nog nooit van bewaarders gehoord.